OV793 - Een fonkelnieuw begin

strofe 1

Er breekt een lang beloofde toekomst aan:
de eerste hemel is voorbijgegaan,
ook zijn de aarde en de zee verdwenen.
Er daalt een stad, gemaakt van edelstenen,
vanuit de hemel neer in gouden pracht,
mooi als een bruid die op haar liefste wacht.

strofe 2

Vanaf de troon weerklinkt een luide stem:
‘God slaat Zijn tent op in Jeruzalem.
Voortaan zal Hij onder de mensen wonen
om hun Zijn liefdevolle hart te tonen.
Hij wist de laatste traan weg die Hij ziet.
Er zal geen rouw meer zijn en geen verdriet.’

strofe 3

Wat er geweest is, zal er niet meer zijn:
geen bange nachten meer, geen strijd en pijn.
De dood is dood, hij is geheel verslagen.
Er resten nu alleen nog hoogtijdagen.
Na alles wat gezien is en gehoord
heeft God, en God alleen, het laatste woord.

strofe 4

Hij zegt: ‘Er komt een fonkelnieuw begin.
Daar staan Mijn liefde en Mijn macht voor in.
Wie dorstig is zal Ik te drinken geven.
Kom, laaf je aan de bron van eeuwig leven.
Dit zal je deel zijn als je overwint:
Ik ben je God en jij voorgoed Mijn kind!’