OV698 - Nooit meer alleen

strofe 1

Ook al gaat mijn weg
door een diep dal van duisternis heen,
Uw liefde drijft de angst uit in mij.

Ook al loop ik vast,
overvallen door een hevige storm,
ik keer niet om want U bent nabij.

En ik vrees geen gevaren meer,
met mijn God steeds aan mijn zij.
Voor wie zou ik nog vrezen?
Hij is toch bij mij! Hij is toch bij mij!

refrein

Nooit meer, nooit meer alleen,
loop ik door de stormen heen.
Nooit meer, nooit meer alleen,
op de berg of in de dalen.
Nooit meer, nooit meer alleen,
Heer, U laat mij nooit meer alleen.

strofe 2

En ik zie al de glans
in de verte, van het stralende licht,
dat schijnt voor elk die volhoudt en wacht.

Maar tot aan die dag
dat de schepping wordt bevrijd van de pijn,
is U te kennen al wat ik wil.

En ik vrees geen gevaren meer,
met mijn God steeds aan mijn zij.
Voor wie zou ik nog vrezen?
Hij is toch bij mij! Hij is toch bij mij!

brug

Ja, ik zie al de glans
in de verte, van het stralende licht.
Maar tot aan die dag
dat de schepping wordt bevrijd van de pijn,
blijf ik U prijzen, blijf ik U prijzen!