OV377 - Wat de toekomst brengen moge

strofe 1

Wat de toekomst brengen moge,
mij geleidt des Heren hand;
moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.

Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig, kalme moed!

strofe 2

Heer, ik wil uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft geloven,
ook wanneer het oog niet ziet.

Schijnen mij uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al uw luister
als ik in de hemel kom!

strofe 3

Laat mij niet mijn lot beslissen:
zo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
als Gij mij de keuze liet!

Wil mij als een kind behand'len,
dat alleen de weg niet vindt:
neem mijn hand in uwe handen
en geleid mij als een kind.

strofe 4

Waar de weg mij brenge moge,
aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.