OV121 - De Heer is mijn Herder

strofe 1

De Here is mijn herder,
mij ontbreekt niets;
Hij doet mij nederliggen
in grazige weiden;
Hij voert mij aan rustige wateren;
Hij verkwikt mijn ziel.
Hij leidt mij in rechte sporen
om zijns naams wil.

strofe 2

Zelfs al ga ik door een dal
van diepe duisternis,
ik vrees geen kwaad,
want Gij zijt bij mij;
uw stok en uw staf, die vertroosten mij.
Gij richt voor mij een dis aan
voor de ogen van wie mij benauwen.

strofe 3

Gij zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Ja, heil en goedertierenheid
zullen mij volgen,
al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis des Heren verblijven
tot in lengte van dagen.