OK88 - Boem, boem, boemerde boem

intro

Boem, boem, boemerde boemerde boem.
Boem, boem, boemerde boemerde boem.

strofe 1

Wat was dat? Dat was Goliath.
Hij had een grote mond
maar toen viel hij op de grond.

Wat was dat? Dat was Goliath.
Met zijn zwaard en speer
tegen David en zijn Heer.

refrein 1

O, o, Goliath, jammer, pech gehad.
Tjonge jonge wat een reus.
Hij lijkt wel sterk maar niet heus.

strofe 2

Wat was dat? Dat was Goliath.
zijn taaltje was gemeen
maar toen viel hij door een steen.

Wat was dat? Dat was Goliath.
Z'n kracht was toch beperkt.
Dat heeft iedereen gemerkt.

refrein 2

O, o, Goliath, niet goed ingeschat.
God en David uitgedaagd.
Laatste akte niet gelaagd.

strofe 3

Wat was dat? Goliath.
Veel te stoer gepraat
maar nu is het veel te laat.

Wat was dat? Dat was Goliath.
Hij vroeg er zelf om.
O wat was hij trots en dom.